DashboardHelpdeskRegistrerenInloggen

Drongo portret: Ellen-Rose Kambel

Auteur: Redactie Drongo - Jane Sauer

Datum: dinsdag 23 augustus 2022

Dossier(s): Beleid
Kinderopvang en Onderwijs
Internationalisering
Cultuur

Steeds meer mensen en organisaties besteden aandacht aan de talen die naast het Nederlands in hun omgeving gebruikt worden. Wie zijn zij? Wat drijft hen? In deze portret-estafette maak je kennis met de smaakmakers op het gebied van meertaligheid. Dit keer spreken we met Ellen-Rose Kambel, directeur van de Rutu Foundation en mede-oprichter van de Language Friendly School.

Ellen-Rose studeerde rechten en werkte na haar promotie aan de Universiteit Leiden in 2002 als zelfstandig trainer en consultant op het gebied van mensenrechteneducatie. De afgelopen tien jaar specialiseerde ze zich in het recht op onderwijs en taalbeleid. In 2011 richtte ze de non-profit organisatie Rutu Foundation voor intercultureel meertalig onderwijs op, die zich inzet voor culturele en linguïstische diversiteit op scholen overal ter wereld. In 2019 vloeide de Language Friendly School hieruit voort, een kwaliteitslabel voor scholen die een taalvriendelijke leeromgeving wil bieden voor alle kinderen.

“Ik heb zelf altijd Nederlands gesproken, zowel thuis als op school. Mijn grootouders van mijn vaders kant komen uit Suriname en mijn vader is daar ook geboren. Van mijn moeders kant komt mijn oma uit Indonesië en mijn opa uit Nederland, mijn moeder is in Nederland geboren. Mijn ouders hebben elkaar in Nederland ontmoet, want mijn vader studeerde destijds hier. Tijdens de zwangerschap van mijn moeder zijn ze naar Suriname gegaan. Ik ben daar geboren en opgegroeid. Ik had een fijne jeugd, mijn vader was advocaat en mijn moeder had een eigen boekhandel.”

Sranan werd gezien als straattaal

Ellen-Rose behoorde tot de kleine minderheid in haar land die les heeft gekregen in haar eigen moedertaal. Er worden veel verschillende talen in Suriname gesproken. Onder andere het Sranan, ook wel bekend als het Surinaams, de meest gesproken taal in Suriname.

“Ik sprak Nederlands want het was niet gepast voor meisjes uit de middenklasse om Sranan te spreken. Dat werd vooral gezien als straattaal. Mijn grootouders spraken wel Sranan, maar hun kinderen moesten Nederlands spreken. Als mijn vader Surinaams sprak, dan werd hij gestraft. Op school moest hij dan zijn mond spoelen of werd zelfs geslagen. Met het spreken van die taal kon je geen hogere positie krijgen. Mijn opa was geboren op een plantage en had zich als rubbertapper opgewerkt tot eigenaar van een rubberfabriek. Mijn vader had het dus goed. Mijn opa wilde dat zijn kinderen opgingen in de elite en een westerse opvoeding genoten. Daar hoorde Nederlands bij. Mijn moeder groeide op zonder haar zonder haar moeder. Haar vader ging tijdens de tweede wereldoorlog in het verzet en werd opgepakt en stierf in een Duits concentratiekamp. Mijn oma kon de zeven kinderen niet alleen opvoeden en ging met de jongste naar Indonesië. De andere kinderen, waaronder mijn moeder, kwamen in weeshuizen terecht. Maar ook mijn oma sprak voornamelijk Nederlands, al was ze opgegroeid met het Menadonees, de taal van haar grootouders en haar geboorteplaats Menado.”

Op haar veertiende vertrok Ellen-Rose samen met haar ouders en broer naar Nederland na de militaire coup en de Decembermoorden in Suriname.

“Mijn vader ging na drie maanden weer terug naar Suriname, ondanks de beangstigende periode en de economische crisis. Mijn moeder bleef in Nederland met mijn broer en mij en voegde zich na vier jaar weer bij mijn vader. De verhuizing naar Nederland was niet makkelijk voor me. Ik had het fijn in Suriname en moest ineens mijn vrienden achterlaten. Nederlanders wisten in die tijd weinig over Suriname. Ze hadden geen idee en ik kon ze van alles wijsmaken. Hoewel ik Nederlands sprak, had ik een Surinaams accent, in het begin konden de mensen hier mij niet verstaan en ik verstond hen niet. Ieder jaar gingen we op vakantie naar Suriname en wisselde ik weer van accent. School en studie gingen me makkelijk af. Ik was trots op Suriname en heb ook nooit schaamte gevoeld voor mijn afkomst. Ik snapte nooit waarom andere Surinaamse kinderen zo negatief waren en niks met het land te maken wilden hebben. De meesten van hen waren opgegroeid in Nederland. Ik denk wel dat het mij sterker heeft gemaakt dat ik in Suriname ben opgegroeid. Ik kon goed tegen discriminerende opmerkingen, omdat ik wist dat de mensen die zulke dingen tegen me zeiden toch niet wisten waar ze het over hadden. Toen ik begin twintig was, ben ik gestopt met het wisselen van accenten.”

Onderzoek in binnenland Suriname

Na haar rechtenstudie ging Ellen-Rose weer terug naar Suriname. Ze woonde nog wel in Nederland, maar ging in Suriname werken. Ze heeft daar onderzoek gedaan naar rechten van inheemse vrouwen op grond. Het onderzoek duurde vier jaar, waarvan Ellen-Rose een jaar in verschillende dorpen woonde in het binnenland van Suriname.

“Toen heb ik ook pas het Sranan geleerd. Het is een vrij gemakkelijke taal om te leren en leuk om je in uit te drukken. In het begin was het leven in het binnenland wel een grote shock voor me, ik moest me toen echt aanpassen. Maar ik vond het een fantastische ervaring en voel me ook vereerd dat ik dit heb mogen doen. Veel mensen spraken Sranan, maar er waren ook dorpen waar er alleen inheemse talen werden gesproken. Dan werkte ik samen met een tolk. Ik verstond mensen echt niet, maar ik heb me nooit onveilig gevoeld. Na dat onderzoek ben ik gepromoveerd. Ik ben trainingen gaan geven op het gebied van mensenrechteneducatie.”

Hier is de Rutu Foundation uit voortgekomen. Ellen-Rose wilde eigenlijk nooit iets met het onderwijs te maken hebben. Maar toen werd ze uitgenodigd op een soort lagere landbouwschool in Belize. Hier bleken ze de traditionele kennis van de Maya’s te combineren met westerse kennis en dit was een eye-opener voor haar.

“Scholen in Suriname zijn erop gericht dat de kinderen uiteindelijk op een kantoor terecht komen en dat ideaal leeft ook bij veel mensen in het binnenland. We organiseerden een inheems onderwijs festival, wat heel succesvol was. Door de traditionele kennis te leren aan kinderen, werden ze trots op hun afkomst. Dit zou in het dagelijkse onderwijscurriculum verwerkt moeten worden, niet eens per jaar. De realiteit is dat kinderen soms hun school niet eens af kunnen maken. Zo woonde ik bij een gezin en hun nichtje kwam vaak langs, ik heb het meisje op zien groeien. Ze had haar best gedaan en was geslaagd. Ze ging naar de stad om verder te leren, maar na een jaar was ze weer terug, want er waren niet genoeg middelen en ze redde het daar ook niet. Dan is het echt klaar en zijn er geen onderwijsmogelijkheden meer voor zo’n meisje, dat vond ik zo oneerlijk.”

Het eerste project van de Rutu Foundation was een tweetalig rekenboek. In samenwerking met een onderwijskundige en leerkrachten zijn ze aan de slag gegaan.

“Wat we merkten was dat je nog zulk mooi lesmateriaal kunt hebben, maar als een leerkracht negatief staat ten opzichte van de taal en cultuur van het kind, dan wordt het lastig. Er is een groot verschil tussen Suriname en Nederland. In Nederland zijn leerkrachten vaak witte vrouwen afkomstig uit kleine dorpen met weinig culturele diversiteit. In beide landen is er veel weerstand tegen meertaligheid, maar het verschil is dat de Surinaamse leerkrachten over veel culturele kennis beschikken en dat maakt het makkelijker om de lessen aan te passen aan de culturele achtergrond van de leerlingen. In Suriname is het idee ontstaan voor de Language Friendly School, de Taalvriendelijke School. Net als in Nederland wordt het Surinaams onderwijs volledig in de Nederlandse taal verzorgd, terwijl er scholen zijn waar 99% van de leerlingen thuis een andere taal spreekt.”

Kinderen schamen zich

Om een oplossing te zoeken heeft Ellen-Rose in samenwerking met Emmanuelle Le Pichon (Universiteit van Toronto) een keurmerk bedacht. Iedere school ontwikkelt een eigen taalbeleid, in samenspraak met de leiding, ouders, leerkrachten en leerlingen. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat kinderen overal ter wereld in een taalvriendelijke omgeving les kunnen krijgen.

“Ook in Nederland worden kinderen bestraft die een andere taal dan Nederlands op school spreken. Die praktijken gebeuren overal ter wereld. Kinderen gaan zich schamen voor wie ze zijn, er is minder motivatie en de uitval is groter. Ze doen het minder goed en presteren slechter omdat ze zichzelf niet kunnen zijn. Taal is een middel om kennis over te dragen, via een andere taal dan de moedertaal is dat moeilijker. We kunnen het makkelijker maken voor die kinderen en zo kunnen ze een positieve identiteit ontwikkelen en kennis opdoen.”

In 2019 is de Language Friendly School begonnen met een pilot op twee scholen in Amsterdam, waarbij de scholen de kinderen niet verbieden om de eigen taal te spreken op het schoolplein en de scholen zijn vrij om hun eigen taalvriendelijke routekaart te ontwikkelen. Inmiddels zijn er meer dan twintig scholen in zes verschillende landen, waaronder Nederland, Canada, Spanje, China, Italië en op Saba.

“Scholen melden zich aan voor de Language Friendly School en ontwikkelen hun eigen strategieën en activiteiten. Op de ene school wordt er een welkomstposter opgehangen met ‘welkom’ in verschillende talen, er wordt een meertalige bibliotheek gestart, er zijn taalmaatjes of op sommige scholen wordt er zelfs een les in een andere taal gegeven. Het begint bij het zichtbaar maken van de verschillende talen. Kinderen zullen je zelf de weg wijzen. In plaats van zich te schamen en te verbergen kunnen ze trots zijn op wie ze zijn.”

Meertaligheid is als een goudmijn

In een multiculturele samenleving als Nederland, kan er nog wel wat worden verbeterd op het gebied van meertaligheid.

“Er zijn nu bijna 20 Taalvriendelijke Scholen in Nederland. Het is belangrijk te weten dat dit tegengeluid bestaat in Nederland, dat er zoveel scholen zijn die de taaldiversiteit van hun leerlingen verwelkomen en er trots op zijn. En terecht: we moeten af van het idee dat meertaligheid een probleem is. We zouden ons juist gelukkig moeten prijzen dat we hier zoveel verschillende talen hebben. Het is alsof we op een enorme goudmijn zitten. De vraag moet niet zijn: hoe komen we van die berg goud af, maar hoe gaan we dit benutten? Ik zie gelukkig wel veranderingen, meertaligheid begint de mainstream te bereiken en het wordt steeds meer een hot topic. Door meertaligheid te omarmen ondersteun je ook meteen mensen met een andere culturele achtergrond. Het is een enorme verrijking, hoe meer talen hoe beter. Ik heb goede hoop.”

Meer weten of wil je in contact komen met Ellen-Rose? Kijk dan hieronder:

Founders van Drongo

Chats