DashboardHelpdeskRegistrerenInloggen

Drongo portret: Monaïm Benrida

Auteur: Redactie Drongo - Jane Sauer

Datum: donderdag 5 mei 2022

Dossier(s): Beleid
Kinderopvang en Onderwijs
Gezin
Cultuur

Steeds meer mensen en organisaties besteden aandacht aan de talen die naast het Nederlands in hun omgeving gebruikt worden. Wie zijn zij? Wat drijft hen? In deze portret-estafette maak je kennis met de smaakmakers op het gebied van meertaligheid. Dit keer spreken we met Monaïm Benrida, programmaleider van de Gelijke Kansen Alliantie bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW).

Monaïm Benrida (1979) is programmaleider van de Gelijke Kansen Alliantie bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). Samen met scholen, gemeenten en maatschappelijke organisaties werkt hij aan het bevorderen van gelijke kansen.

Bij oma in Marrakesh

Monaïm is geboren in Nederland en groeide op in Roermond. Zijn ouders komen allebei uit Marrakesh in Marokko. Zijn vader was 22 jaar toen hij naar Nederland kwam en zijn moeder was 20 jaar.

“Ik ben thuis de oudste van vijf kinderen, ik heb nog drie zusjes en een broertje. Ik ben drietalig opgevoed, ik leerde Nederlands, Marokkaans-Arabisch en Frans. Toen ik zes jaar oud was leefde ik zowel in Nederland als in Marokko en reisde als kleine jongen drie tot vier keer per jaar met het vliegtuig. Als de scholen open waren, woonde ik bij mijn oma in Marrakesh. Ik leerde daar de Marokkaans-Arabische en de Franse taal. Dit heeft mij veel gebracht, zo kon ik een sterke band opbouwen met mijn familie. Taal speelt hierin een belangrijke rol.”

Toen Monaïm negen jaar oud was, besloten zijn ouders dat het beter was om hem alleen in Nederland te laten opgroeien. Er waren geen plannen voor het gezin om terug te keren naar Marokko en ze besloten zich permanent in Nederland te vestigen.

“Ik leerde het Nederlands onderwijs meer waarderen. Ik kreeg andere vakken zoals sport en muziek en ik hoefde geen jas aan in de klas. Er was ruimte voor andere dingen. Ook is het strafsysteem anders dan in Marokko, dus ik was blij om in Nederland les te krijgen. Zo heb ik vanaf mijn negende de Nederlandse taal vooral vanuit boeken geleerd.”

Ontwikkeling van identiteit

Het leven tussen verschillende culturen en het wonen in twee landen als kind vormde een goede basis voor de levensloop van Monaïm.

“Ik ben als kind nooit gepest en ik heb geen problemen ervaren doordat ik een Marokkaanse achtergrond had. Juist doordat ik op verschillende plekken woonde moest ik schakelen tussen omgevingen. Hierdoor heb ik deze periode heel bewust meegemaakt en kon ik mijn identiteit goed ontwikkelen, waardoor ik sterk in mijn schoenen stond. Het leven tussen verschillende culturen is juist positief voor mij geweest. Ik hoefde me niet geforceerd aan te passen en het is leuk om tussen verschillende culturen te bewegen. Juist doordat ik meerdere talen sprak, kon ik overal aan meedoen en goed met anderen communiceren.”

Op latere leeftijd kwam Monaïm ook in contact met andere talen. Zo leerde hij ook Engels, Duits en een beetje Spaans. Het belang van meertaligheid brengt hij ook over op zijn drie kinderen.

“Ik vind Nederlands een belangrijke taal, voor mijzelf en ook voor mijn kinderen. Als je een taal goed spreekt, dan kun je een goed gesprek voeren, ontmoeten en verbinden. Naast het Nederlands heb je ook andere talen nodig, om met anderen te kunnen communiceren die niet in Nederland wonen. Mijn kinderen spreken ook Nederlands, Marokkaans-Arabisch en Frans. Daarnaast hebben ze de Engelse taal ook goed onder de knie. Als ze meerdere talen spreken, maakt hen dit alleen maar rijker. Taal is een vorm van identiteit. De emotionele waarde is bijvoorbeeld de relatie met familie, als ze de taal spreken van de familie versterkt dat de band. Ook is er een economische waarde, ze hebben er later profijt van als ze meerdere talen goed kunnen spreken.”

Meertaligheid als kracht

Zijn kijk op meertaligheid is veranderd in de loop van zijn leven. Monaïm is het steeds meer gaan waarderen en als kracht gaan zien.

“Vroeger lag de focus vooral op het Nederlands in verband met studie en werk. Pas later merk je dat meertaligheid belangrijk is. Vooral sinds ik vader ben geworden, dan ga je er meer bewust over nadenken en vraag je je af wat je je kinderen wilt meegeven. Kinderen kunnen het je later kwalijk gaan nemen als je hen geen kennis laat maken met andere talen die belangrijk voor hen kunnen zijn.”

Er is wel een groot verschil tussen meertaligheid in de samenleving toen Monaïm kind was en nu. Meertaligheid wordt steeds normaler.

“Kinderen worden nu al meertalig opgevoed. Op de computer, iPad en filmpjes op internet komen ze in aanraking met Engels. Er is een duidelijk verschil in context, Nederlands kent meer diversiteit dan vroeger. Er zijn meer gemengde relaties en er is een ontwikkeling in de wereld. In het onderwijs merk je wel verschillen tussen basisscholen, meertaligheid krijgt wel aandacht, maar wordt ook op afstand gehouden. Het is nog traditioneel, zo krijgen kinderen pas Engelse les in groep zeven. In het voortgezet onderwijs is dat wel anders.”

Monaïm werkt inmiddels al veertien jaar bij het Ministerie van Onderwijs en sinds zes jaar bij de Gelijke Kansen Alliantie. Ook hier krijgt hij te maken met meertaligheid. Zo houdt hij zich bezig met dingen die kinderen nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen. Taal speelt hier een belangrijke rol in.

“Kinderen van laagopgeleide ouders en hoogopgeleide ouders kunnen even slim zijn, maar de omstandigheden waarin zij opgroeien kunnen anders zijn. Een arme alleenstaande ouder kan zijn of haar kind minder kansen bieden, vanwege een gebrek aan tijd of geld. Als een kind in een taalarme omgeving opgroeit, dus zonder boeken, dan mist dat kind veel op gebied van taal. Een taal ontwikkel je door veel te zien en te doen.”

Kennis als cadeautje

Op het gebied van meertaligheid kan er in de samenleving wel wat worden verbeterd, vooral op het vlak van de waardering van talen.

“Het begint bij het erkennen en waarderen van talen. Zo wordt Engels vanwege economische waarden gewaardeerd en Frans en Spaans omdat het mooie talen zijn. Maar een taal als het Bulgaars, daar wordt niet dezelfde waarde aan gegeven. Het waarderen van talen in algemene zin, dat zou meer aandacht moeten krijgen. Iedere taal heeft waarde voor mensen. Dat betekent niet dat je de Nederlandse taal niet goed zou moeten leren, deze taal is belangrijk voor een leven in de Nederlandse samenleving. Het hoeft elkaar niet uit te sluiten. Meertaligheid biedt kansen en is positief. Alles wat je leert en wat je opdoet aan kennis blijft van jou, zie het als een cadeautje.”

Founders van Drongo

Chats